customers

Meer overzicht bij zorgverzekeraar VGZ dankzij Informatica PowerCenter

Sinds enkele jaren werkt zorgverzekeraar VGZ met PowerCenter van Informatica. Op basis van deze data integratie tool heeft VGZ nu nauwkeurigere informatie over de eigen producten dan al beschikbaar was. “Dankzij het Informatica product beschikt de Raad van Bestuur van VGZ over gedetailleerde informatie over de verhouding tussen inkomsten en uitgaven bij verschillende combinaties van verzekeringsproducten binnen VGZ,” stelt Jan Willem Gugelot van de afdeling financieël management informatie bij VGZ.

“Er bestonden niet veel alternatieven voor PowerCenter. Het was de enige software die voldeed aan al onze wensen. Er waren wel andere aanbieders van vergelijkbare producten, maar de één werkte alleen maar in programmeertaal, bij de andere moest je eerst zes weken op cursus voordat je er mee kon werken en weer een ander was niet flexibel genoeg in het lezen van diverse bronnen.”

- Wilko van Rens, Application Engineer bij VGZ Zorgverzekeraar


Uitdaging:
Sneller en efficiënter inzicht in bedrijfsprocessen en de verhoudingen tussen inkomsten en uitgaven bij verschillende combinaties van verzekeringsproducten.

Voordelen:

  • Makkelijk te controleren transformatie van gegevens dankzij ‘repositories’.
  • Snel op te zetten en aan te passen datamarts.
  • Informatie in repositories in heldere schema’s in plaats van in programmeertaal.
  • Afdelingen kunnen zelf analyses maken met informatie uit de datamarts.
  • Gebruikersgemak; bouwen en onderhouden gaat vijf keer sneller.

VGZ, in 1990 ontstaan uit een fusie van zes Zuid Nederlandse regionale ziekenfondsen en een particuliere ziektekostenverzekeraar, telt ruim 2 miljoen verzekerden. Behalve bij de financiering van de zorg is VGZ ook nauw betrokken bij de inrichting en de organisatie daarvan. Zo neemt ze eigen initiatieven om de zorgverlening te vernieuwen, bevordert ze samenwerking tussen diverse zorgaanbieders en controleert ze ook de kwaliteit van de geboden zorg. Door de verschillende gegevens van allerlei onderdelen binnen de organisatie beter te integreren, wilde men sneller en efficiënter inzicht verkrijgen in de bedrijfsprocessen.

De eerste plannen

De eerste plannen om met een data warehouse te gaan werken, stammen bij VGZ uit de tweede helft van de jaren negentig. Het werken met data warehouses was toen nog nieuw. Wat er precies mee gedaan kon worden en of het zou werken, was nog nauwelijks bekend. VGZ besloot daarom in samenwerking met een externe partij en met bestaande middelen een data warehouse te bouwen. Pas als dat naar wens zou werken, zou op termijn een oplossing voor ETL (Extraction, Transformation en Loading), zoals Informatica PowerCenter, ingezet gaan worden. Met zo’n product is het mogelijk om in één en hetzelfde proces gegevens uit diverse bronnen op te halen, vervolgens aan te passen aan specifieke eisen voor een data warehouse en tenslotte die gegevens daadwerkelijk in een data warehouse te laden.

De resultaten van het data warehouse bij VGZ bevielen goed, maar de zelfgebouwde software werd steeds moeilijker uit te breiden en aan te passen aan de wensen van verschillende afdelingen. “Dat bleek heel duidelijk in 1999,” herinnert System Consultant Pieter Smittenaar zich. “Een nieuwe Business Unit binnen VGZ wilde gegevens hebben over diverse klantprofielen om die te kunnen analyseren. Het bestaande data warehouse kon niet aan alle wensen voldoen. De Business Unit wilde veel gedetailleerdere gegevens over declaraties hebben dan die op dat moment beschikbaar waren. Er is toen gekozen om de uitbreiding te realiseren met bestaande middelen. Dit bleek niet mee te vallen en het heeft lang geduurd voordat de nieuwe versie opgeleverd kon worden.”

De keuze voor PowerCenter

Om toch aan de wensen van de gebruikers te kunnen voldoen, stelde de afdeling Informatica Services binnen VGZ een nieuwe Business Intelligence-architectuur vast. Een onderdeel daarvan was een data integratie platform waarbinnen ETL plaatsvond. In 2001 werd daartoe Informatica PowerCenter aangeschaft, nadat in een traject van enkele maanden allerlei opties onder de loep waren genomen. Smittenaars collega Application Engineer Wilko van Rens: “Zeker in die tijd was de spoeling erg dun. Er bestonden niet veel alternatieven voor PowerCenter. Het was de enige software die voldeed aan al onze wensen. Er waren wel andere aanbieders van vergelijkbare producten, maar de één werkte alleen maar in programmeertaal, bij de andere moest je eerst zes weken op cursus voordat je er mee kon werken, en weer een ander was niet flexibel genoeg in het lezen van diverse bronnen. Daarnaast speelde de beoordeling van Informatica als marktleider op de ETL-markt door het gerenommeerde ICT-onderzoeksbureau Gartner een belangrijke rol.”

Eén van de wensen was dat het aan te schaffen product ‘repository gestuurd’ moest zijn. Dit omdat een repository de basis vormt voor uniforme en consistente data binnen een organisatie. Bovendien is de verwerking van de data die wordt verzameld en doorgestuurd naar een datamart of een data warehouse via een repository eenvoudig door gebruikers te controleren. Een apart onderdeel binnen PowerCenter bood VGZ inderdaad de mogelijkheid om na te gaan of de gegevensverwerking wel overal op de juiste wijze plaatsvond.

Datamarts

Een ander groot voordeel van PowerCenter was voor VGZ dat het product kon werken met zogenaamde datamarts. Zo werd binnen de VGZ-context een datamart gebouwd rond de ingediende rekeningen van cliënten. Om een bedrag op een notaregel, een zogenaamd ‘feit’, te kunnen duiden, is er extra informatie nodig. Binnen data warehousing wordt dat aangeduid met ‘dimensies’. Dat betreft in dit voorbeeld uiteraard informatie over de zorgverlener die de behandeling heeft uitgevoerd en kan bijvoorbeeld een tandarts zijn die een kies heeft gevuld, maar ook de persoon die de behandeling heeft ondergaan, de regio waarin die cliënt woont en de frequentie waarmee hij zijn tandarts bezoekt worden opgenomen.

Snel en duidelijk

“Het werken met datamarts heeft diverse voordelen,” vertelt Smittenaar. “Ze zijn snel op te zetten en aan te passen aan de specifieke eisen van een afdeling. Wij willen de afdelingen binnen VGZ snel van dienst kunnen zijn en met een datamart konden we dat binnen een maand of drie, vier. Daarna konden die afdelingen zelf analyses maken en de benodigde informatie uit de datamart trekken. Ze kunnen nu ook zelf snel en gemakkelijk zorgen voor de benodigde rapportages. Dit bevordert het gebruik van de datamart.”

Bij het bouwen van datamarts voor verschillende afdelingen binnen VGZ is het wel aan te raden dat diverse ‘dimensies’ op dezelfde wijze worden gebruikt. Het woord ‘product’ bijvoorbeeld kan voor een financiële afdeling heel wat anders betekenen dan voor de service afdeling. Daarom worden diverse ‘dimensies’ van de ene datamart ook gekoppeld en gebruikt door andere datamarts. Dat zijn de zogenaamde ‘conformed dimensions’, oftewel definities van begrippen die op VGZ-niveau wordt vastgelegd. Zo wordt binnen alle nog op te zetten datamarts dezelfde taal gesproken en kan alle beschikbare informatie binnen VGZ met elkaar worden vergeleken.

Binnen VGZ loopt momenteel een project om dergelijke ‘dimensies’ op te zetten en vast te leggen. “Het effectief functioneren daarvan is een randvoorwaarde voor het optimaal kunnen gebruiken van het hele systeem,” vertelt Smittenaar.

Op een dergelijke geavanceerde wijze gegevens verwerken is alleen mogelijk met een data integratieplatform als PowerCenter. “Zelf programmeren is in zo’n geval geen optie,” meent Smittenaar. “Dat duurt veel te lang en het wordt veel te ingewikkeld. Bovendien zijn alle gegevens die in datamarts staan goed te ontsluiten zodat we via de repository altijd snel helder krijgen of alle informatie wel op de juiste manier opgeslagen wordt. Dat de informatie in de repository niet in programmeertaal beschreven staat, maar in heldere schema’s, is voor ons duidelijk één van de voordelen van PowerCenter.”

Resultaten

Het meest vooraanstaande dat de implementatie van PowerCenter tot nu toe heeft opgeleverd is de bouw van twee datamarts. De eerste registreert het gebruik van het intranet door de medewerkers en geeft aan diverse afdelingen door aan welke informatie de meeste behoefte is. “De tweede biedt gedetailleerde informatie over de verhouding tussen inkomsten en uitgaven bij verschillende combinaties van verzekeringsproducten binnen VGZ,” vertelt Jan Willem Gugelot. “Om die informatie vroeg de Raad van Bestuur reeds een tijd. De afdeling Interne Berichtgeving kon voorheen niet zo snel aan een dergelijke vraag voldoen, maar nu kan VGZ slagvaardiger te werk gaan. Omdat een datamart redelijk snel gemaakt kan worden zullen nieuwe vragen ook gesteld worden en voorkom je reacties als ‘dit duurt te lang, dus laat maar zitten’.”

Een ander groot voordeel is het gebruikersgemak van PowerCenter. “Het bouwen en onderhouden van een oplossing met PowerCenter kost, naar mijn schatting, een vijfde van de tijd die het zou kosten om eenzelfde oplossing in een procedurele taal als bijvoorbeeld Cobol te bouwen”, meent Van Rens. “Een manager binnen VGZ vergeleek de prestaties van PowerCenter met die van een Ferrari, een auto die ook buitengewone prestaties levert.” Smittenaar vult aan: “Dit hele project hebben we in vijf maanden opgezet, inclusief het hele leerproces. Een volgende keer zullen we het al weer veel sneller voor elkaar krijgen.”

Toekomst

De toepassingsmogelijkheden van PowerCenter zijn binnen VGZ lang nog niet uitgeput. Het proces loopt nog. In de toekomst hoopt VGZ voor nog veel meer afdelingen datamarts op te zetten. Dat het gebruiken van meerdere datamarts mogelijk is, is voor VGZ duidelijk. Alleen moeten daarvoor de mogelijkheden die onder andere dankzij PowerCenter bestaan nog beter bekend worden bij de medewerkers van VGZ. Volgens Smittenaar: “De diverse afdelingen zullen nog moeten groeien in het leren stellen van de juiste vragen. Het zullen vooral nieuwe diensten en nieuwe informatie zijn die we door PowerCenter aan afdelingen kunnen leveren.”